Liselot was net één jaar. Ze kon nog niet goed loslopen, maar achter haar loop-olifant ging het prima. We hadden dat weekend een feestje gehad. Er stonden nog drie zware statafels tegen de muur in de gang en het huis was klaar voor de schoonmaak. Ik was bezig op de laptop aan de eettafel terwijl Liselot met haar loopolifantje het huis doorwandelde (zie deze log en deze log voor het feestje en de statafels ). Ineens hoorde ik een enorm lawaai uit de gang komen. Ik zag het direct; Liselot lag bedolven onder een stalen statafel. Terwijl ik keek, viel er een tweede en ook een derde statafel op mijn kleine meisje. Ze brulde het uit! Mijn eerste gedachte was: ‘haal haar er niet onder vandaan! Ze kan vanalles gebroken hebben!’ Maar haar zo laten liggen en eerst 112 bellen ging mij niet goed af. Ik haalde de tafels van haar af en trooste en inspecteerde mijn dochter. Na een paar minuten was de ergste schrik er bij Liselot al weer af. Ze lachte zelfs alweer! Even later hobbelde ze alsof er niks gebeurd was door de huiskamer. Geen krasje, geen bultje, geen pijntje… niks! Tja, kinderen zijn nou eenmaal van gummy.
Een klein half jaartje geleden hebben we besloten dat Liselot zelf de trap op en af mag. Ze was er wel aan toe. Zeker het begin was eng; zou ze zich wel goed vasthouden? Zou ze niet helemaal van boven naar beneden kletteren – op de plavuizen vloer? Maar opvoeden is vaak het stap-voor-stap loslaten van je kinderen, en dat begint al letterlijk: bovenaan de trap. De eerste keren (lees: maand) bleven we er toch wel bij. Maar hoe beter het ging, hoe meer vrijheid ze kreeg.
Op een ochtend, zo’n 3 maanden terug, gebeurde dat waar we ons al op hadden voorbereid; Liselot kletterde van de trap, op de plavuizen vloer. Niet helemaal van bovenaf, maar wel ongeveer halverwege. Natuurlijk brullen, geschrokken ouders, bang voor gebroken armen, enz. Maar weer: geen krasje, geen bultje, geen pijntje… niks! Tja, kinderen zijn nou eenmaal van gummy.
En toen kwam deze week. Ik was aan het repeteren, Arjan was thuis met Liselot. Nou hebben wij een hele mooie staande lamp, zo-ééntje met een glazen lampenkap, in de vorm van een schaal. Liselot speelde wat, en terwijl ze bijna haar evenwicht verloor hield ze zich vast aan de staande lamp. Ze viel niet om, maar de lamp botste terug tegen de muur. De glazen lampenkap brak in een heleboel grote en kleine stukken; met flijmscherpe punten en randen. De stukken vielen recht naar beneden – op Liselot. Ik was er -gelukkig- niet bij, maar Arjan zag het gebeuren. Hij gooide direct de telefoon neer, terwijl Liselot brullend op haar blote voeten door het glas liep. Maar: geen krásje, geen bult op haar hoofd, geeneens een schrammetje op haar voet… niks! Nou vraag ik me af: is het weer die gummy of zijn het dit keer Gods engelen? Ik heb de scherven gezien – er zaten stukken bij die recht in haar hoofd hadden kunnen blijven staan – ik weet het antwoord! Wow, wat is God goed!